Douwe Draaisma - Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt
De geheimen van het geheugen
'De herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil'

Ons geheugen heeft een eigen wil. We zeggen bij onszelf: dit moet ik onthouden, dit moment wil ik vasthouden, die blik, dit gevoel, deze streling - en binnen een paar maanden of zelfs na een paar dagen merken we dat de herinnering al niet meer is op te roepen in de kleur, de geur, de smaak waar we op hoopten. 'De herinnering', schrijft Cees Nooteboom in Rituelen, 'is als een hond die gaat liggen waar hij wil.'
Ook van de opdracht iets niet te bewaren trekt het geheugen zich niets aan: had ik dit maar nooit gezien, beleefd, te horen gekregen, was ik het maar vergeten, het helpt niet, het blijft opgeslagen en komt 's nachts, als we wakker liggen, geheel spontaan en ongeroepen bij ons terug. Ook dan is het geheugen een hond, het komt kwispelstaartend apporteren wat we juist hadden weggegooid om het kwijt te raken.
Het deel van ons geheugen waar we onze persoonlijke lotgevallen in opslaan wordt sinds zo' n twintig jaar in de psychologie het 'autobiografische geheugen' genoemd. Het is de kroniek van ons leven, een lang register dat we raadplegen als iemand ons vraagt wat onze eerste herinnering is, hoe het huis eruitzag waar we als kind hebben gewoond of wat het laatste boek is dat we hebben gelezen. Het autobiografische geheugen is dagboek en vergeetboek tegelijk. Het is alsof je de aantekeningen van je leven door een ongezeglijke notulist laat maken die er zijn eigen interesses op nahoudt, die minutieus vastlegt wat je liever was vergeten en bij de glorieuze momenten doet alsof hij ijverig aan het schrijven is, maar heimelijk allang de dop op de pen heeft geschroefd.
Het autobiografische geheugen heeft zijn eigen raadselachtige wetten. Waarom is er bijna niets genoteerd van voor ons derde of vierde jaar? Waarom worden krenkingen altijd met onuitwisbare inkt beschreven? Waarom staan vernederingen tot in lengte van jaren met de precisie van een proces-verbaal vastgelegd? Waarom valt het op sombere momenten ook altijd bij sombere gebeurtenissen open? Bij depressies of slapeloosheid verandert het autobiografische geheugen in Sombermans herinneringen: iedere nare herinnering wordt door een bedrukkend netwerk van kruisverwijzingen naar andere nare herinneringen geleid. Af en toe worden we door ons eigen geheugen verrast. Een geur brengt je opeens iets in herinnering waar je dertig jaar niet meer aan gedacht had. Een straat waar je op je zevende voor het laatst was blijkt onherkenbaar gekrompen. Jeugdherinneringen kunnen iemand in de ouderdom scherper voor ogen staan dan toen hij veertig was. En dit zijn nog maar de alledaagse belevenissen met je geheugen. Je zou ook graag willen begrijpen waarom je nog precies weet waar je was toen je hoorde dat prinses Diana was verongelukt, hoe de ervaring van een déjà vu ontstaat en hoe het kan dat de tijd steeds sneller lijkt te gaan als je ouder wordt.
Dat in de psychologie nog maar sinds kort zoiets als een 'autobiografisch geheugen' wordt onderscheiden is merkwaardig. Want het vermogen je persoonlijke ervaringen op te slaan en je die later weer te herinneren is juist wat in het dagelijks spraakgebruik altijd al de betekenis van 'geheugen' is geweest. Wat zou je geheugen anders kunnen bevatten dan 'persoonlijke ervaringen'? Deze vraag berust op een misverstand. In ieder psychologisch handboek worden tientallen soorten geheugen onderscheiden. Sommige vormen van geheugen verwijzen naar de duur van de opslag, zoals het korte- of langetermijngeheugen, andere naar het zintuig waarmee ze verbonden zijn, zoals het auditieve of het iconische geheugen, weer andere naar het type informatie dat erin ligt opgeslagen, zoals het semantische, motorische of visuele geheugen. Al die soorten geheugen hebben hun eigen wetten en eigenschappen: de betekenis van een woord herinner je je op een andere manier dan de bewegingen van je voeten bij het autorijden, de stelling van Pythagoras weer anders dan de eerste keer dat je naar school ging. Dat te midden van al die verschillende vormen geheugen pas begin jaren tachtig een afzonderlijke vakterm werd geïntroduceerd voor het opslaan van herinneringen aan persoonlijke belevenissen is bij nader inzien dus niet zo vreemd. De vraag is eerder waarom het onderzoek naar het autobiografische geheugen toen pas op gang kwam. Waarom zo laat?

Verkrijgbaar via
Historische Uitgeverij
www.histuitg.nl
Lees ook de paragraaf LANG JONG, KORT OUD
Back to Books
Ook verkrijgbaar als Rainbow Pocket
www.rainbow.nl